Aircoservice

Auto-aircondigioning: Verfris uw kennis van auto-airconditioning

Airconditioning in automobielen wint de laatste jaren enorm aan populariteit. Steeds meer consumenten laten in hun voertuig een airco-installatie aanbrengen of schaffen een auto aan die hiermee standaard is uitgerust. Om optimaal gebruik te kunnen maken van de airconditioner in uw auto is het belangrijk over enige informatie te beschikken aangaande de eigenschappen van de installatie, de werking en de bediening.

Algemene informatie
Airconditioning betekent letterlijk vertaald: luchtbehandeling. Dit geeft aan dat de lucht in het interieur van de auto een bepaalde behandeling ondergaat. Dit kan lucht zijn die vanuit het voertuig weer in het interieur wordt teruggevoerd (recirculatie) of de lucht die van buiten de auto naar het interieur wordt gevoerd. (fresh air).

Voordat de ventilator de lucht in het interieur blaast, passeert deze de airconditioner die het een andere temperatuur geeft. Door de temperatuur sterk af te koelen wijzigt de airconditioner de luchtvochtigheid en reinigt ook een groot gedeelte van de lucht die door het kachelsysteem in het interieur geblazen wordt. Een optimale reiniging vindt plaats als de auto is uitgerust met een speciaal interieurfilter (pollenfilter).

Het meest bekend is het feit dat een airconditioner koele lucht geeft. Dit wordt bereikt door de lucht over een gekoelde warmtewisselaar (verdamper) te leiden, waardoor de lucht een andere temperatuur aanneemt. Deze eigenschap komt vooral ’s zomers tot zijn recht. Minder bekend, maar de belangrijkste eigenschap van een airconditioner, is het afvoeren van het vocht uit de aangezogen lucht die naar het interieur wordt geblazen. Het vocht in de aangezogen lucht condenseert op de koude oppervlakken van de warmtewisselaar (verdamper) in het airco-/kachelsysteem. De vochtdruppels lopen langs de warmtewisselaar en vallen in een speciale opvangbak die een afvoer heeft buiten de auto. Doordat de luchtvochtigheid in het interieur daalt zal het benauwde gevoel dat we hebben bij warm en vochtig weer verdwijnen. Dertig graden in het zeeklimaat van Nederland voelt veel benauwder aan dan dertig graden in Zuideuropese landen als Italië. Ook zullen de ruiten niet beslaan. Reeds beslagen ruiten worden snel weer condensvrij gemaakt. Het vocht dat in de auto wordt uitgeademd, verdampt uit natte kleding of klamme, vochtige nachtlucht, wordt door de airconditioner effectief uit de interieurlucht gehaald. Door het, in veel gevallen, aanwezige filter worden roetdeeltjes, pollen of andere ongerechtigheden uit het interieur weggehouden. De voordelen bij lange ritten zijn duidelijk. Airconditioning dient dus een de verkeersveiligheid.

Opbouw en werking van het systeem
Een airconditioning, waar dan ook toegepast, bestaat altijd uit een gesloten systeem met een pomp, verdamper, condensor, reservoir en expansieventiel met verbindende slangen en leidingen, afgevuld met een koudemiddel. Het koudemiddel wordt door de pomp, die door een motor via een V-snaar word aangedreven, rondgepompt. Dit aanvankelijk gasvormig koudemiddel wordt door de pomp samengeperst in een condensor zodat de druk en temperatuur stijgen. Deze condensor is een warmtewisselaar die zich in de koele luchtstroom achter de grille aan de voorzijde van de auto bevindt. Het koudemiddel wordt hier afgekoeld, waardoor het condenseert en vloeibaar wordt. Dit vloeiend koudemiddel passeert vervolgens het reservoir en de expansieklep op weg naar de verdamper. In deze verdamper, die zich in het ventilatie/verwarmingssysteem in het interieur van de auto bevindt, expandeert(verdampt). Het koudemiddel gaat over in dampvorm. Omdat voor dit verdampen warmte nodig is die aan de omgeving wordt ontrokken, koelt deze verdamper aanzienlijk af en de temperatuur van de langsstromende lucht naar het interieur daalt. Het koudemiddel komt in dampvorm tenslotte weer bij de pomp terug en de cyclus begint opnieuw. Verder zijn aan de installatie diverse regel- en beveiligingssystemen toegevoegd om de optimale werking blijvend te waarborgen en om te voorkomen dat koudemiddel in de buitenlucht terecht komt. Tegenwoordig zijn alle nieuwe airconditionings in automobielen afgevuld met een milieuvriendelijk koudemiddel (R134a).

Werkingseigenschappen
Een ingeschakeld airconditioningsysteem heeft een aantal voor de bestuurder waarneembare eigenschappen. Het eerste dat de bestuurder merkt wanneer bij draaiende motor de airco wordt ingeschakeld is een klik. Dit is het inschakelen van de magneetkoppeling op de pomp. De motor drijft de pomp aan via deze magneetkoppeling, echter alleen wanneer de airco ingeschakeld is. De koppeling draait los rond als de airco uitgeschakeld is.

Dit in- en uitschakelen kan ook door het elektronisch regelsysteem gedaan worden. Wanneer de tempratuur van de verdamper te laag wordt of wanneer de druk in het systeem te hoog oploopt, schakelt de pomp uit en bij het omgekeerde weer aan. Dit is onder bepaalde rijomstandigheden duidelijk hoorbaar en heel normaal.

Doordat het rondpompen en samenpersen van het koudemiddel vermogen van de motor vraagt, zal het motortoerental dalen. Een regelsysteem in het benzine- injectiesysteem zorgt dat dit bij stationair draaien weer gecompenseerd wordt. Tijdens het rijden met lage of constante snelheid is dit aftakken van motorvermogen vaak voelbaar. Het lijkt soms net of de motor even inhoudt. Ook dit verschijnsel is heel normaal.

Een ander gevolg van dit uit de motor onttrekken van energie is dat het brandstofverbruik bij een in werking zijnde airco stijgt. Dit kan ook niet anders want de motor haalt zijn energie voor de aandrijving van de installatie uit de verbranding van benzine, dieselolie of LPG. Het is net als bij u thuis, wanneer de koelkast aanslaat. Dit kost ook stroom die door de elektriciteitscentrale aan u wordt geleverd.

Soms worden gebruikers van auto’s met airconditioning geconfronteerd met rare luchtjes in het interieur die uit het systeem lijken te komen. Dit kan veroorzaakt worden door bacteriegroei op het raster van de verdamper. Wanneer de airco in werking is, wordt er condens gevormd op de verdamper in het systeem. Na verloop van tijd vermengt deze condens zich met stof en bacillen die in de interieurlucht zweven. Dit mengsel vormt dan een basis waarin bacteriën en schimmels zich afzetten en ontwikkelen. Wordt de airco ingeschakeld dan verspreiden deze schimmels een muffe lucht. Van tijd tot tijd zal het dus noodzakelijk zijn om de verdamper te verfrissen met een antiseptisch middel. Dit behoort tot het normale onderhoud van een installatie en uw dealer kan u hierover informeren.

Als een auto met airconditioning geparkeerd wordt, ontstaat na verloop van tijd een waterplas onder de auto. Dit duidt niet op een lekkage van het koelsysteem of de ruitenwissersproeier, maar is afkomstig van het aircosysteem. Zoals al beschreven condenseert vocht uit het interieur op de verdamper. Dit vocht lekt in de vorm van waterdruppels in een opvangbak die via een afvoer met de buitenlucht in verbinding staat. Het water dat u nu onder de auto ziet liggen, bevond zich daarvoor in dampvorm in het interieur.

Op sommige momenten kan een "wolkje" uit het ventilatierooster komen. Dit is geen rook en is dus volkomen onschuldig. Het ontstaat door vocht op de verdamper in het aircosysteem dat door de ventilator omhoog wordt geblazen en is vergelijkbaar met het wolkje dat thuis uit de koelkast komt als u de deur opent.

Gebruiksadviezen

  1. Gebruik de airco-installatie regelmatig en dus niet alleen tijdens warme dagen. Hiermee vermindert u slijtage van lagers en de pomp en voorkomt u dat u plotseling wordt geconfronteerd met een defect systeem. Als een pomp niet draait en zich lange tijd op een trillende motor bevindt, krijgen de lagers in de pomp een continue stotende belasting. Dit geeft meer slijtage dan een draaiende pomp. 
  2. Zet bij voorkeur het ventilatiesysteem in de stand "fresh air" (behalve bij hoge buitentemperatuur, zie punt 7). Hiermee bereikt u een snellere afvoer van lucht uit het interieur waardoor de kans op onaangename luchtjes minder is. Ook de ontwaseming van ruiten verloopt sneller. 
  3. Als de airco aan staat, kunt u de temperatuur regelen door de kachel te bedienen. Op deze manier bereikt u een aangename temperatuur en een lagere luchtvochtigheid. Dat laatste draagt weer bij aan de behagelijkheid van het interieur, terwijl tegelijkertijd de ruiten ontwasemd blijven. 
  4. Ontvet regelmatig de ruiten aan de binnenzijde. Het beslaan wordt hierdoor meer nog voorkomen. 
  5. Gebruik de airco-installatie altijd in combinatie met de kachelaanjager. Alleen dan is er sprake van luchtbehandeling. 
  6. Schakel de airco zo’n vijf minuten voor u de auto gaat stilzetten uit. Dit heeft twee voordelen. Ten eerste zal hierdoor de temperatuur in het interieur enigszins stijgen en is het verschil met de buitentemperatuur op het moment dat u uitstapt niet zo groot. Ten tweede zit er als u de auto stilzet minder vocht op of in de omgeving van de verdamper in het airco-systeem. De kans op nare luchtjes is dan kleiner doordat de condensor droogt voordat deze wordt stilgezet. Ook is er minder kans op condenswolkjes als u airco weer aanzet. 
  7. Bij een extreem hoge buitentemperatuur kan het best de ventilatiestand van "fresh air" naar "recirculation" worden omgeschakeld. Als de stand "fresh air" ingeschakeld blijft dan moet de hete buitenlucht steeds worden afgekoeld. daardoor gaat de capaciteit van de airco tekort schieten en kan het interieur onvoldoende worden gekoeld. In de stand "recirculation" circuleert dde lucht binnen de auto waardoor het airco-systeem een veel lagere temperatuur kan bereiken.

Wat klanten over Nijman vertellen:

Aircoservice

  • Autobedrijf Nijman B.V. - Uw Mitsubishi-dealer in de regio
Standaard zorgeloos scooter rijden